Hebzucht en angst

Indien mensen al hun zaken naar wijs inzicht konden regelen of indien de fortuin hun altijd gunstig gezind was, zouden zij van geen enkel bijgeloof bezeten zijn. Maar omdat zij dikwijls dermate in het nauw gedreven worden dat zij zich geen raad weten en zij vanwege de onzekerheid omtrent de fortuinlijke goederen, die zij mateloos begeren, ellendig tussen hoop en vrees heen en weer drijven, daarom zijn zij meestal uiterst bereid om de raarste dingen te geloven. Immers, omdat hun gemoed in twijfel verkeert, wordt het door het geringste zetje heen en weer geslingerd, en dit des te gemakkelijker voorzover het door hoop en vrees bewogen wordt, lichtgelovig als het is, verwaand en opgeblazen.

Ik denk dat dit niemand onbekend is, ook al geloof ik dat de meest vreemden voor zichzelf zijn. Niemand immers heeft er zodanig onder de mens vertoefd, dat hij niet ontdekt heeft, dat de meesten, ook al zijn ze zeer onervaren bij voorspoed grossieren in wijsheden, zodat zij zich beledigd voelen wanneer iemand hun een advies wil geven. In tegenspoed evenwel weten zij niet waarheen zij zich moeten wenden, smeken zij iedereen onderdanig om raad en kunnen zij niets zo onzinnigs, zo absurds of zo ijdels horen of zij volgen het op. Bij de de geringste aanleidingen hopen zij nu eens op verbetering en vrezen zij dan weer een verslechtering.

Bijgeloof politiek geëxploiteerd en misbruikt

Zo gemakkelijk als mensen nu tot allerlei soorten bijgeloof vervallen, zo moeilijk is het daarentegen om te bewerkstelligen dat ze in een en hetzelfde bijgeloof persisteren. Het volk verkeert immers altijd in een even grote ellende, waar het natuurlijk nooit lang kan berusten. Daarom heeft het slechts grote belangstelling voor nieuwigheden en schept het behagen in dingen die het nog niet hebben teleurgesteld. Deze onstandvastigheid heeft vele opstanden en wrede oorlogen veroorzaakt.
Uit de vermelde eigenschappen blijkt de juistheid van Curtius’ opmerking (in boek 4, hoofdstuk 10) “dat de menigte door niets effectiever wordt beheerst dan door bijgeloof”. Bijgevolg wordt zij er onder het voorwendsel van god dienstigheid gemakkelijk toe gebracht, om haar koningen nu eens als goden adoreren en hen dan weer te vervloeken en als een algemene pest van het menselijk geslacht te verfoeien.
Om dit kwaad te vermijden hebben vorsten zich immens ingespannen om de ware dan wel de ijdele godsdienst zodanig met een cultus en een apparaat van plechtigheden te versieren, dat zij voor een zaak van het allerhoogste gewicht werd gehouden en door allen ten alle tijde uiterst zorgvuldig werd geëerbiedigd.

De lslamieten zijn daarin het beste geslaagd. Zij hebben bovendien weten te bereiken dat men disputeren als een misdaad beschouwt en dat ieders oordeelsvermogen zo van vooroordelen vervuld is, dat er in de ziel geen enkele ruimte meer over is voor de gezonde rede, zelfs niet om iets te betwijfelen.

Spinoza – 1632-1677 – Theologisch-Politieke Verhandeling 2e druk – Vertaling van Wim Klever – Eburon Delft 2010 –

Spinoza – 1632-1677 – Liselotte Demmers , hertaling

Hebzucht en angst alsoorzaken van bijgeloof

Als de mens in staat was al zijn zaken met gezond verstand te regelen, of als het lot hem steeds welgezind was, dan zou niemand zich nog door bijgeloof laten leiden. 

Maar aangezien men vaak radeloos is omdat men zich ernstig in het nauw gedreven voelt, of onzeker is over aardse goederen die men begeert, ja zo zeer dat men tussen hoop en vrees heen en weer geslingerd wordt – ja daarom is men veelal bereid de vreemdste dingen te geloven. Twijfel wordt immers al door het minste of geringste gevoed, vooral wanneer er hoop en vrees in het spel zijn. Het is een gemoedstoestand die lichtgelovig en eigengereid maakt.

Ik denk dat dit geen mens onbekend voorkomt, ook al denk ik dat de meesten van ons zichzelf nauwelijks kennen. Immers een ieder die met anderen heeft verkeerd zal hebben geconstateerd dat de meeste mensen, niet door ervaring gehinderd, de wijsheid in pacht lijken te hebben zo lang het hun goed gaat, ja zelfs gekwetst zijn als men hun raad wil geven. 

Maar bij tegenspoed weten ze ineens niet meer wat hun te doen staat en vragen ze iedereen nederig om raad.  En hoe dwaas, absurd of zinloos het verstrekte advies ook is, ze doen wat hun gezegd wordt. En bij de geringste verandering in de situatie wordt nu eens op verbetering gehoopt, dan weer voor verslechtering gevreesd.

Bijgeloof – politiek uitgebuit en misbruikt

Zo snel als de mens in allerlei vormen van bijgeloof vervalt, zo moeilijk is het ervoor te zorgen dat hij aan één vorm vasthoudt. De ellende onder de mensen is immers altijd dusdanig groot dat men er niet in kan berusten. Daarom is er altijd grote interesse voor wat nieuw is en verlustigt men zich in zaken die nog niet hebben teleurgesteld. Deze wankelmoedigheid heeft al vaak tot opstanden en wrede oorlogen geleid.
Uit genoemde eigenschappen blijkt de juistheid van hetgeen Curtius zegt (Boek 4, Hoofdstuk 10), namelijk ‘de massa wordt door niets effectiever beheerst dan door bijgeloof.’ Onder het mom van godsdienstigheid wordt zij er derhalve snel toe gebracht haar vorsten nu eens als goden te vereren, dan weer hen te vervloeken en verfoeien als waren zij de mensheid een pest.
Om dit tegen te gaan hebben de vorsten er alles aan gedaan om het al dan niet ware geloof zodanig met rituelen te versieren, dat het uiterst belangrijk wordt geacht en door een ieder te allen tijde strikt wordt nageleefd.

Met name de Islamieten zijn hierin succesvol geweest. Ook hebben zij weten te bereiken dat het geloof ter discussie stellen als misdadig wordt beschouwd en het menselijk beoordelingsvermogen zo veel vooroordelen te laten bevatten, dat het de ziel geen ruimte meer laat voor gezond verstand of twijfel.