STP

Sacha Tanja Penning

Sacha Tanja [1942 – 2004] was hoofdconservator en het boegbeeld van de omvangrijke ING Collectie, die de afgelopen vijfentwintig jaar onder haar leiding uitgroeide tot een van de belangrijkste bedrijfscollecties op het gebied van figuratieve kunst in Nederland. Zij voerde een eigenzinnig beleid, vaak tegen de heersende stromingen in, dat resulteerde in een krachtige kerncollectie van fijnzinnig realisme tot expressionistische figuratie met schilderijen, sculpturen, grafiek, objecten en kunstwerken in opdracht. Ze stond als adviseur aan de wieg van de opbouw van vele andere bedrijfscollecties.Tanja ontwikkelde een stroom van initiatieven, die de Nederlandse figuratieve beeldend kunstenaars zowel nationaal als internationaal op de kaart hebben gezet. Zij fungeerde voor veel kunstenaars (ook zij die niet in de collectie van ING zijn opgenomen) als klankbord. Geregeld bezocht zij ateliers van zowel gevestigde kunstenaars als van jonge talenten en gaf zij opbouwende kritiek.
Vanaf 1989 organiseerde zij tentoonstellingen in onder meer De Hermitage in Sint Petersburg, het Pousjkin Museum, het Nationaal Museum in Boekarest. In 2003 vond de jubileumexpositie De Ontmoeting in het Museum voor Moderne Kunst te Arnhem plaats. Link
Gedreven verzamelaar Met grote gedrevenheid zette zij zich 25 jaar lang in voor de figuratieve kunst in Nederland. Sacha Tanja was een bekende verschijning in de kunstwereld en ook op degenen die haar smaak niet altijd deelden, werkten haar enthousiasme en eigenzinnigheid aanstekelijk. Op 30 december overleed zij op 62-jarige leeftijd, enkele maanden na haar pensionering als hoofdconservator van de ING Collectie, een verzameling die ze vanaf vrijwel het begin opbouwde.

Renée Steenbergen, 10 januari 2005

Sacha begon als directiesecretaresse en greep in 1978 de kans de verzameling een volkomen eigen signatuur te geven. Om medewerkers én klanten met plezier naar de kunst op de werkvloer te laten kijken, inventariseerde ze smaakvoorkeuren. Omdat figuratieve kunst het meest gewaardeerd bleek, nam zij die als leidraad van haar verzamelbeleid. Indertijd was die keuze dwars tegen de heersende modes in: de kunstmusea toonden destijds vooral concept- en minimal art. Onder Tanja’s leiding groeide de collectie van de bank uit tot de grootste op figuratief gebied en telt nu 20.000 stukken, waarvan 8.000 unica.

De verzameling bevat het hele scala aan figuratieve tendensen in schilder- en beeldhouwkunst, van fijnschilders als Henk Helmantel (die zij heel vroeg kocht) en Matthijs Röling tot meer expressionistisch realisme. Want de tijden veranderden, en vanaf eind jaren tachtig is in galeries en musea een jonge generatie te zien die in uiteenlopende figuratieve stijlen werkt, onder wie Philip Akkerman en Kiki Lamers, die ook zijn vertegenwoordigd in de ING collectie.

Tot de topstukken die zij voor ING kocht, behoren schilders uit het interbellum als Schuhmacher, Hynckes, Ket, Willink en Koch. Van Wim Schuhmacher legde zij een cluster van ruim dertig stukken aan, van Pyke Koch bemachtigde ze het prachtige doek De Oogst (1953). Tanja kocht het in 1988 op een veiling, maar ging over het mandaat van de raad van bestuur heen. Het toont haar eigenzinnigheid en inzicht dat ze dit stuk desondanks verwierf. De bank kan tevreden zijn, het is nu een veelvoud waard.

Sacha Tanja won zieltjes voor het verzamelen binnen de raad van bestuur, maar ook op de postkamer. Ze organiseerde exposities over figuratie in Nederlandse en buitenlandse musea, onder meer in De Hermitage in Sint Petersburg, in de VS en in Japan.

Velen zullen zich haar herinneren van kunstbeurzen als de Pan – waar zij in de beoordelingscommissie zat – en de Tefaf, waar zij jaarlijks groepen cliënten van de bank rondleidde met onvermoeibaar enthousiasme. Zaterdag wordt tijdens de Realismebeurs in Amsterdam de eerste `Sacha Tanja Penning voor Figuratieve kunst’ uitgereikt. Terecht, ze was een ware apostel van de kunst. Link

De toekomstige rol van de kunstcollectie in het communicatieve beleid

Symposiumverslag Sacha Tanja, Hoofdconservator ING Collectie – ING Groep, Amsterdam

De ING Groep heeft in Nederland dertigduizend werknemers in dienst en wereldwijd zestigduizend. De huidige collectie van deze financiële instelling bestaat uit de collecties van de ING Bank, Postbank en Nationale Nederlanden en omvat meer dan veertiendui-zend kunstwerken. De collectie heeft een duidelijk eigen gezicht; de verzameling bestaat geheel uit Nederlandse, klassieke en hedendaagse, figuratieve kunst. Sacha Tanja is hoofdconservator van de ING Groep en is verantwoordelijk voor het ontwikkelen, formuleren en realiseren van het kunstbeleid van de ING Groep. Daarnaast is ze al dertig jaar een verwoed privé- verzamelaar van kunst.

In 1974 ING Bank took its first cautious steps as an art collector. Originally intended to be a friendly gesture towards personnel at head office, the Art Department developed as a professional and efficient unit, eventually becoming an independent component within the banking concern. The Art Department decided to buy figurative art. After some years of collecting, in 1983 a review was made of the previous period. An evaluation of the collection revealed that concentration on figurative art had been a wise choice, as the employees preferred figurative to abstract art.

After this, the purchasing policy was concentrated more specifically on Dutch figurative art from 1930 to the present day. Today the collection comprises some 14,000 art works. Although the collection contains work from many different streams, the emphasis rests on realism, expressionism and modern figurative tendencies. Historically, the collection starts with various highlights of the Magic Realism period by Pyke Koch, Carel Willink, Dick Ket, Wim Schuhmacher and Raoul Hynckes.

Gradually the collection was getting larger and larger. ING merged with another bank, with an insurance company and with Barings. They all had their own collection. But most art fitted wonderfully well into what ING already had. The art works that didn’t fit, were not thrown away or put in the basement. People were given the choice to pick whatever they liked for their rooms.

When we started I once made a large exhibition of sculptures and I remember that the day after some of the boardmembers said to me: “Look, we have clients who don’t like this. They think they are paying a lot of interest, because you are buying sculptures.” So in the beginning art was not accepted by our clients. They didn’t like it, but they forgot that, ages ago, most bankers were patrons of the art.

The ING Collection has a dual purpose; on the one hand brightening up the workplace, both in personal offices and in public spaces, and on the other, playing an important role in Art Patronage in The Netherlands. There is plenty of new talent in the collection. For the artist, inclusion in the ING Collection represents a recognition of status and talent. We also started collecting, because gradually our government was retreating from subsidising the arts. The bank was making more and more money and the members of the board felt they had to support the artworld. So the ‘1% rule’ of the Dutch government, to devote one percent of the building costs to art when a new building was constructed, was adopted by us. It was never dictated by the government, but we decided to follow their example. Therefore when this building was built, one percent of the building cost (250 million guilders) was spent on integrated art.

In 1988 ING received the prestigious Art and Work Award for the unique character of the collection as a whole and the way art is integrated into the architecture of the head office in Amsterdam. This prize is awarded by the British Ministry of the Arts for the European company which made the ‘Most Outstanding Contribution to Art in the Working Environment’.

At ING art is never hidden away in the vaults. One of the underlying principles is that art only really comes to life when it reaches the personnel. And in practice this works well. Knowing what interests employees at the bank, what moves them, helps to direct and refine art policy. Since education is an important aspect of art appreciation, each art work is accompanied by information about the artist and the technique used. ING remarkable head office and the various displays of work from the collection of Dutch contemporary figurative art attract many visitors. Sometimes employees introduce new artists or even become avid collectors themselves.

The works from the collection are exhibited in ING offices and those of subsidiaries and branches. Works are regularly provided on loan to museums, and external exhibitions are organised. In addition to the art calendar (300,000 pieces every year), works from the collection are employed for various purposes: Christmas cards, reproductions, annual reports and brochures. Unicef sometimes uses works from the ING Collection for its greeting cards. When an artist is on that calendar or on a postcard his work is going around the world in numbers. Most of our artists therefore are delighted when we use their works. We have also published a catalogue showing a part of the collection. We give commissions too. Doing so, the artists are completely free to make what they want. Sometimes it turns out completely different from what you had expected. When artists get a commission we often follow them with a photographer and then we produce a small booklet, which gives the interested reader an impression of how this work was made.

The collection was, when it started, an autonomous collection. It was never intended to be used for p.r. or sales promotion or for calendars or postcards. We sponsor a lot of cultural events, for example the ‘Koninklijk Concertgebouw Orkest’, and we sometimes make a brochure together with them. But never ever am I going to buy a piece of art for that particular brochure. Only when it is in the collection and when it fits in the brochure, we use it. I’m not at all against using art for pr-reasons, because art is communication. And if you have an art collection, different departments want to use it. The pr-department will never do something with art, without consulting the art department. In order to keep it that way I would like to stress the necessity of a collecting strategy. In the beginning, when we started this collection, I formulated a strategy. If you have a collection or if you want to set up a collection, please have a strategy, because it makes your position much stronger. We have had so many merges and so many different people with all their own opinions. So every time you are really bombarded with new ideas. And in all these cases you can say “no we have a strategy and you have approved of this strategy and we will continue collecting on the basis of that strategy”.

As I said, the collection was never intended to be a pr instrument, but now it is intensively used that way. There has never been a clash between the pr department and the art department, it has always been a very good companionship. We give a lot of lectures, because people want to know why we are collecting. We use the collection to show that we have other aims than just insurance and banking business. We want people to know that we are also involved into the cultural aspects of our world.

Sacha Tanja

Erik Hermida, Onderneming & Kunst
Dirk Noordman, Organisatieadviseur
Rosemary Harris, NatWest Group
Grazia Quaroni, Fondation Cartier
Maria de Corral, Fundación “La Caixa”
Paul Mertz, Communicatieadviseur

Scroll to Top